vrijdag 29 mei 2015

NOORDSE COMPAGNIE. WAT IS DAT?



DE MEEST ONBEKENDE VAN DE DRIE.







Van de drie verenigde compagnieën welke ons land rijk was; de Verenigde Oost-Indische Compagnie en de West Indische Compagnie is de Noordse Compagnie de meest onbekende.
Nadat men tot de conclusie was gekomen dat de walvisvangst bij Kaap de Goede Hoop geen perspectieven bood werd in 1612 de eerste expeditie naar Spitsbergen ondernomen.
De Noordse Compagnie werd ook wel de Groenlandse Compagnie of Compagnie van Spitsbergen genoemd, Het was een kartel opgericht in 1614 in de Republiek der Verenigde Nederlanden, door deelnemende steden ten dienste van de walvisvaart.



Zij kreeg het monopolie voor de walvisvaart in de Noordelijke IJszee en werd opgericht als antwoord op de Deense- en Engelse activiteiten (Muscovy Company). De Hollanders namen lange tijd zeker zo'n 40% van alle gevangen Groenlandse walvissen voor hun rekening.
De Noordse Compagnie was een productiekartel, gecombineerd met een prijsconventie en had jarenlang het handels monopolie voor walvistraan in handen.



( Drie van de oorspronkelijk vijf gebouwde Groenlandse pakhuizen aan de Keizersgracht 40 t/m 44 in Amsterdam.)


De rederijen waren georganiseerd in kamers, eerst alleen in Amsterdam aan de Keizersgracht, later ook in Enkhuizen Hoorn, Medenblik, Delft, Rotterdam, Veere, Middelburg en Vlissingen..
In 1622 werd de laatste zelfstandige compagnie opgenomen, de zo genaamde Kleine Noordse Compagnie met deelnemers in Rotterdam en Delft, die de walvisvaart beoefenden.
In 1636 werden er nog twee Friese kamers opgericht: Harlingen en Stavoren.



(Kaart van het eiland Jan Mayen met als hoogste punt de Beerenberg.)

Het vanggebied van de Noordse Compagnie strekte zich uit van de Straat Davis bij Newfoundland tot het Russische eiland Nova Zembla. De walvis vangst was een seizoen arbeid. De schepen verlieten in juni de diverse thuishavens in de Republiek en pas na drie weken arriveerden zij in de kustwateren van Spitsbergen en Jan Mayen. Uiterlijk oktober keerden de schepen pas terug naar de Republiek.
Op Spitsbergen werden een traankokerij en zomernederzetting opgericht met de naam Smeerenburg. Later bouwde men ook nog traankokerijen op het eilandje Zeeuwse Uitkijk. In deze traankokerijen werd het walvisspek verwerkt. Dit scheelde bij het vervoer naar Holland aanmerkelijk in de laadruimte en minder stank aan boord wat ook door het bederven van het spek voorkwam.
Iedere kamer van de compagnie beschikte op de eilanden over hun eigen traanovens. Verder waren er verblijfsgebouwen, werkplaatsen en een klein fort.


In de eerste jaren van de vangst maakte men gebruik van harpoeniers uit Baskenland en andere vaklieden. geleidelijk aan werden deze vervangen door Nederlandse en Noord-Duitse zeelieden die deze kunst intussen ook beheerden.
Buiten de vangst van walvissen werd er ook jacht gemaakt op walrussen, robben en ijsberen. De tanden van de walrus leverde ivoor op, de huid van de robben en de ijsberen bont.
De baleinen van de walvis werden gebruikt voor de productie van schilderijlijsten, wandelstokken en mesheften.




Toch ging het niet voorspoedig met de Noorse Compagnie; er werd veel weerstand ondervonden tegen het strenge monopolie wat onderlinge concurrentie onmogelijk maakte.
Ook kwamen er minder grote investeerders die hun geld staken in de intussen opgerichte West-Indische Compagnie in 1621.
In 1642 werd het octrooi dan ook niet verlengd door de Staten Generaal, waarna  de walvisvaart door de vrije concurrentie tot grote bloei kwam, die tot in de 18e eeuw voortduurde. 
Ten tijde van de Republiek noemde men de Nederlandse walvisvaart in de noordelijke zeeën ook wel de Groenlandse vaart.

In het onherbergzame noordwesten van de IJs-zee op het eiland Spitsbergen liggen enkele honderden graven van zeelieden die daar zijn gestorven gedurende de walvisvangst in de 17e eeuw.
Ook op de Wadden eilanden herinneren nog grafzerken gemaakt van walviskaken aan de daar begraven commandeurs van de schepen.







donderdag 28 mei 2015

NOORDZEE. WAT EN WAAR?


LEVENS- EN ENERGIEBRON VOOR EUROPA.



           De Noordzee is een randzee van het noordelijke deel van de  Atlantische Oceaan.


                                                   (De Noordzee gezien vanuit de ruimte.)

Als grenzen voor de Noordzee gelden: in het zuiden het smalste deel van het nauw van Calais: de lijn Kaap Gris Nez (Frankrijk) - South Foreland (Engeland); in het noorden de 61ste breedtegraad van de noordpunt van de Shetland Eilanden naar de Noorse kust. De grens met het Skagerrak is de lijn van Lindesnes (Noorwegen) naar Hanstholm (Denemarken).



De oppervlakte van de Noordzee is ongeveer 570.000 km², de gemiddelde diepte is 94 meter, de maximum diepte is 670 meter in de Noorse geul. 
Ongeveer in het midden van de Noordzee ligt de Doggersbank, langgerekt in oost-west richting met een diepte van 25 tot 90 meter, Ten zuiden van de Doggersbank ligt de Klaverbank, een grindbank die een overblijfsel is van een oude rivierbedding.
Afgezien van deze banken neemt de waterdiepte van zuid naar noord toe; bijvoorbeeld 10 mijl ten zuidwesten van Oostende 33 meter; bij Jutland 30 meter; ten oosten van Edinbugh 75 meter en bij de Orkneys Eilanden 150 meter.
Ten noord-westen van de Doggersbank ligt de Grote Vissersbank op een diepte van 60 tot 80 meter; langs de Nederlandse kust de Breeveertien, een brede bank ongeveer 25 meter diepte en langs de Belgische kust langgerekte banken: de Sluise kompels en de Vlaamse banken.





HET ONTSTAAN VAN DE NOORDZEE.

De zeebodem bestaat voor het grootste deel uit zand, plaatselijk ook slib en sommige gebieden hebben een steenachtige bodem, zoals bij de Waddeneilanden.
In de ijstijd gedurende het pleistoceen ruim 200.000 jaar geleden daalde het zeeoppervlak. De bodem van de Noordzee vormde gedurende een lange periode een verbinding tussen Engeland en het vaste land van Europa.
De Rijn was een lange en brede rivier en beheerste het gehele afwateringsgebied, zelfs dat van de Theems. De Elbe en de Weser vloeiden bij de tegenwoordige benedenloop samen tot een rivier.
Tegen het einde van de ijstijd begon de zeespiegel te stijgen. Vele eeuwen later werd de laatste verbinding van Engeland en het vaste land verbroken bij het tegenwoordige Nauw van Calais.
De huidige grootte van de Noordzee is enige jaren na het einde van de ijstijd uiteindelijk bereikt.

Tegenwoordig stromen de volgende rivieren uit in de Noordzee: de Elbe, de Wezer, de Eems, de Rijn, de Maas, en de Schelde. Vanuit Engeland: de Theems en de Humber.
De Noordzee is een nogal koude zee, veelal grijs of grijsgroen van kleur, zelfs in de zomerperiode.
Het karakter wordt niet alleen door het klimaat bepaald, doch ook door de kusten. Deze zijn voor een groot deel gevormd door lage duinen, uitgestrekte moerasgebieden, moddervlakten en zandbanken.
Zelfs aan de Engelse oostkust, die toch hoger oploopt, zijn de kliffen laag en over lange afstanden loopt de moeras- en moddervlakte bijna over onmerkbaar over in de zee, die slechts langzaam in diepte toeneemt.


(Kaartje van de Deltawerken.)

Bij de Nederlandse kust vormt de drooglegging van de Zuiderzee de grootste landwinning ter wereld; hier zijn grote uitgestrektheden land letterlijk teruggegrepen uit de zee. In Groot-Brittannië is de erosie van de kust een groot probleem.
Een algemene rijzing van de zeespiegel gedurende de laatste paar honderd jaar heeft onder andere in Nederland het gevolg gehad tot het kunstmatig ophogen van de duinen en het verhogen van de zeedijken. Na de zware ramp door de spring- en stormvloeden in 1953 tot het uitvoeren van de Deltawerken. Ook in Engeland en Duitsland ontstond toen grote schade.


HET KLIMAAT.

Als westelijke randzee van de Noord-Atlantische Oceaan en liggend in het westenwind gebied hebben de Noordzee en de omliggende landge- bieden een uitgesproken zeeklimaat.
De winters zijn over het algemeen mild en de zomers koel, met overheersend westelijke winden, doch gekenmerkt door grote verschillen in de weersomstandigheden.
De algemene luchtbeweging is onbestendig, omdat het lagedrukgebied op ongeveer 60 graden breedte vaak van plaats verandert en bezuiden ervan veel depressies van west naar oost, van de Atlantische Oceaan over of dicht langs de Noordzee trekken. Dit leidt tot grote variaties in windrichting en windkracht. In deze depressies komen vaak zware stormen voor, vooral in het najaar en in de winter, omdat zij dan dieper zijn.
Stormwinden uit het noordwesten en het noorden veroorzaken hoge zeegang, vooral langs de Belgische, Nederlandse en Duitse kust. Toch is het stormpercentage niet hoog: in de wintermaanden ongeveer 10%. De meeste mist komt voor in de maanden november t/m maart en bedraagt dan ongeveer 8%. Allen bij strenge vorst en noordoostelijke wind kan het voorkomen dat er ijsvorming is voor de kust in de vorm van kruiend ijs.






ZEESTROMEN.

De doorstroming van Atlantisch water door de Noordzee geschiedt hoofdzakelijk vanuit het noorden, naar schatting 25.000 km³ per jaar.
In het zuidelijke deel komt water bij het Nauw van Calais binnen, circa 1.700 km³ per jaar.
Tussen Zweden en Denemarken stroomt door het Skagerrak zoutarm water uit de Oostzee in de Noordzee, de Baltische Stroom; ze overtreft de onderstroom naar de Oostzee met circa 500 km³ per jaar. De Baltische Stroom loopt gedeeltelijk westwaarts naar de oostkust van de Britse eilanden en verenigd zich daar met het Atlantische water, dat ten noorden van Schotland en door de Pentland Firth komt.
Het stroomt langs de Engelse kust naar het zuiden en gaat benoorden van het Nauw van Calais, samen met het water uit het Kanaal, ombuigend in noordoostelijke richting, langs de kust van België, Nederland en Duitsland naar het noorden.
Deze noordelijke stroom is zeer veranderlijk door invloeden van wind en getij.

GETIJ EN GETIJSTROMEN.

Het getij in de Noordzee is tweemaal daags. Het grootste verval komt langs de kusten van Schotland  en Engeland ( the Wash circa 6 meter), Frankrijk, België  en de Duitse Bocht. Deze getijden en getijstromen zijn interessant doordat zij beheerst worden door twee hoogwatergolven: één bi de noordpunt van Schotland en één die uit het Kanaal komt.
In het westelijke gedeelte gaat de vloedgolf naar het zuiden en uit het Nauw van Calais naar het noordoosten. Het gemiddelde hoogte verschil aan de Engelse kust bedraagt 3 meter, doch bij noordwesten storm kan het 7 meter zijn. Aan de Noorse kust is het verschil het kleinst.

VISSERIJ OP DE NOORDZEE.

De Noordzee is nog steeds een van visrijkste zeeën van de wereld. Tegenwoordig wordt er veel op een vastgestelde hoeveelheid te vangen van een soort vis toegezien om overbevissing tegen te gaan. De Doggersbank en de Grote Vissersbank zijn in de winter de beste visgronden. De haringvisserij is de belangrijkste; daarnaast de vangst van makreel, schelvis, kabeljauw, tong en schol. In de zomer zijn de beste visgronden langs de kusten van het vasteland. De belangrijkste visserijhavens zijn± Peterhead, Aberdeen, Hull, Grimsby, Yarmouth in Engeland; Oostende in Belgiè; Vlaardingen, Scheveningen, IJmuiden, Urk, Harlingen in Nederland; Bremerhjaven en Cuxhaven in Duitsland en Esbjerg in Denemarken.


ECONOMISCHE VERDELING VAN DE NOORDZEE.

Landen gelegen aan een zee claimen allemaal een zone van 12 mijl als hun territoriaal gebied.

Dit is ook het geval voor de landen gelegen rond de Noordzee, waar een ieder in dat gebied zijn exclusieve
visrechten zou hebben. Uiteindelijk werden deze visrechten vast gelegd in het gemeenschappelijk visserijbeleid van de Europese Unie. Zo kreeg de Noordzee gebieden met een politieke status wat ook van belang was voor de winning van aardolie en aardgas.

Verklaring van de kleuren:
Groen. - United Kingdom.
Donkerblauw. - Noorwegen.
Rood. - Denemarken.
Donkergroen. - Duitsland.
Lichtblauw. - Nederland.
Lila. - België.
Geel. - Frankrijk.

Daar de Noordzeebodem tot het continentale plat behoort, oefent elke kuststaat territoriale rechten uit over het haar toegewezen deel ervan. Ieder kuststaat geeft regelingen voor de uitgifte van vergunningen voor de exploitatie van gedeelten van de zeebodem.

OPSPORING EN WINNING VAN AARDOLIE EN AARDGAS.

Al in de jaren 1859 en 1910 werd er reeds aardolie en aardgas ontdekt in de kustgebieden rond de Noordzee. Het was de tijd van de steenkool als energie bron en werd er verder weinig aandacht aan besteed. Pas nadat steenkool haar plaats verloor als energiebron voor de voortstuwing van zeeschepen met oliegestookte stoomketels en motoren kwam er meer belangstelling voor de winning van aardolie in eigen gebied, dan het invoeren ervan uit olieproducerende landen.
De eerste proefboringen werden in 1966 gedaan en in 1969 ontdekte de Phillips Petroleum Comp. het Ekofisolieveld met haar zwavelarme olie. De exploitatie van het veld begon in 1971 met het vervoer door tankers, in 1975 gevolgd door een pijpleiding naar Teeside in Engeland en in 1977 ook naar Emden in Duitsland. 

De exploitatie van de olievelden in de Noordzee begon net voor de oliecrisis van 1973 en door de enorme prijsstijgingen die het gevolg waren van de crisis maakten de grote investeringen doe nodig zijn voor de winning veel aantrekkelijker. Ondanks de hoge productiekosten was het belang van een politieke stabiliteit van groter belang voor de markten in West Europa.
Naast het Ekofiskolieveld is ook het Statfjordolieveld van belang, omdat het het eerste veld was dat met een pijpleiding de Noorse geul overspande. het grootste aardgasveld is het Troll-gasveld, ligt in de Noorse geul op een diepte van 300 meter, waarvoor een speciaal platform werd gebouwd.

(Aardgas winning platforms en hun pijpleidingen onderling verbonden en met de Nederlandse- en Engelse kust.) 

Een van de eerste oliesoorten van de Noordzee, de Brentolie, wordt tegenwoordig gebruikt als een standaardprijs voor vergelijking voor ruwe olie van de rest van de wereld. De Noordzee bevat de grootste olie- en aardgasreserves van Werst-Europa. Het is één zeer belangrijke olie- en aardgasproductie regio die geen deel uitmaakt van de OPEC.

Veel productieplatforms zijn in de afgelopen jaren verouderd of buitenwerking gesteld. Om te voorkomen dat we op de Noordzee een zelfde situatie krijgen als in de Golf van Mexico voor de kust van Amerika met honderden productieloze platforms in zee, wordt er de komende jaren aanvang gemaakt tot het verwijderen van ruim 3000 kilometer pijpleiding en oude platforms van het Brentveld door de Royal Dutch Shell. Voor het verwijderen van de platforms is een speciaal vaartuig gebouwd. 

Buiten aardolie en aardgas uit de bodem van de Noordzee leveren ook de windmolenparken welke geplaatst zijn op de vele zandbanken voor de Nederlandse kust ook nog elektrische energie.

VERKEER OVER WATER. 

De Noordzee omgeven door een dicht bevolkte en hoog ontwikkelde industriegebieden, is met het Kanaal het drukst bevaren zeegebied van de wereld. Aan de mondingen van de vele rivieren die in de zee uitstromen liggen belangrijke havens, waarvan Rotterdam, Antwerpen, Londen, Hamburg, Bremen, Amsterdam, Edinburg en Oslo de grootste zijn.
De Noordzee en haar kusten zijn dan ook zo volledig mogelijk voorzien van navigatiebebakening en -verlichting. Sinds 1962 is er een verkeersscheidingstelsel op de Noordzee van werking welke loopt van het Kanaal tot aan de Duitse Bocht.
Tussen verschillende havens van de omringende landen is een druk verkeer met grote veerschepen voor zowel vracht als personen vervoer. De bekendste maatschappijen zijn DFDS Seaways en P and O Ferries. Ondanks de aanleg van de Kanaaltunnel (1994) welke Calais verbindt met Dover blijft het veerboten verkeer druk.
Intussen is er ook een internationale wetgeving die de snel toenemende vervuiling door de grote industriegebieden tegen gaan, zo ook tegen het dumpen van afval op zee van zeeschepen.

MARITIEME GESCHIEDENIS.

Vanouds is de koude en winderige Noordzee met zijn zware stormen een leerschool geweest tot vorming van goede zeelieden, zowel voor de visserij, de handelsvaart als de zeeoorlog.
Archeologische vondsten hebben aangetoond dat reeds 2000 v. Chr. handelsroutes over de Noordzee voerden. Tussen 44 v.Chr. en 407 staken herhaaldelijk Romeinse vloten over, van Vlaanderen en Zeeland naar de monding van de Theems. Zij werden gevolgd door de Saksen, Angelen, Jutlanders, Friezen en tenslotte de Vikings.

(Slag bij de Doggersbank te 1781 gedurende de vierde  Engelse-Hollandse oorlog.)


In de vroege middeleeuwen ontwikkelde zich handel tussen Engeland, Vlaanderen en Zeeland.
De Hanze kwam tot ontwikkeling en geleidelijk namen alle kustvolkeren aan het handelsverkeer deel. De ontwikkeling van de scheepsbouw was dienovereenkomstig.
Later speelden zich grote zeeoorlogen op de Noordzee af in een strijd om de hegemonie, hoofdzakelijk tussen Engeland en de Republiek, doch waarin ook Spanje en Frankrijk (de Duinkerkers) een rol speelden.
Een tweede slag bij de Doggersbank vond plaats in 1915 tussen de vloten van Engeland en het Duitse keizerrijk. Na de slag bij Jutland in 1916 zag de Duitse vloot ervan af nogmaals een treffen met de Engelsen aan te gaan.
Ook gedurende de Tweede Wereldoorlog trachtte Duitsland wederom de Noordzee te beheersen, doch slaagde daarin uiteindelijk niet. Nog steeds komt het voor dat vissersschepen mijnen in hun netten krijgen uit in die periode gelegde mijnenvelden, ondanks het ruimen ervan door de marine.


maandag 18 mei 2015

MIDDELLANDSE ZEE. WAT EN WAAR?


SINDS HAAR ONTSTAAN EEN VAN DE

DRUKSTE BEVAREN ZEEËN.



De Middellandse Zee werd in de oudheid Mare Internum, en later Mare Mediterranum genoemd.
Het is een ingressiezee, met de Atlantische Oceaan verbonden door de smalle Straat van Gibraltar en met de Zwarte Zee door de Bospurus en de Zee van Marmora. Hierdoor is de Middellandse Zee een ingesloten zee en in eigenlijke zin niet een randzee van de Atlantische Oceaan.


               
                     (De Middellandse Zee met de Straat van Gibraltar gezien vanuit de ruimte.)


De Middellandse Zee scheidt Europa van Afrika; het is echter op geologische en biologische gronden zeker dat er nog in een nabije voor-historische tijd landverbindingen tussen deze twee continenten bestonden bij Gibraltar, Sicilië en Malta. Een groot gedeelte van de Egeïsche Zee en de Adriatische Zee zijn in een nog latere tijd ontstaan.
De Middellandse Zee heeft is 2100 zeemijlen lang en heeft een maximum breedte van 810 zeemijlen. (Eén zeemijl is 1,852 kilometer) De oppervlakte van de Middellandse Zee is ongeveer 2,5 miljoen km². Gemiddelde waterdiepte is ongeveer 1450 meter met de grootste waterdiepte van 5120 meter ten westen van Peloponnesos (Griekenland).
Het zoutgehalte van het zeewater is vrij hoog, tussen de 37 en 39 pro mille.
De zee is verdeeld in vier duidelijke aparte gedeelten of bekkens tussen Spanje, Sicilië, de banken bij Kaap Bon (Tunesië) en Italië. Hierin liggen veel eilandgroepen, ook de grote eilanden Corsica, Sardinië en de Balearen. Het gedeelte van dit bekken tussen Corsica-Sardinië en de Italiaanse westkust heet Tyrrheense Zee. Het tweede , het centrale, bekken wordt gevormd door de Adriatische Zee en de Ionische Zee. De eerste is het minst diepe, de laatste het diepste gedeelte van de Middellandse Zee.



Het eerste bekken wordt beheerst door twee windgebieden: de Sirocco uit het zuiden en de Mistral uit het noorden.
Het centrale bekken wordt beheerst door twee windgebieden: de Sirocco uit het zuiden en de Bora uit het noorden.
Het derde bekken is de Egeïsche Zee, die Griekenland van Klein-Azië (Aziatisch Turkije) scheidt hier waait vanuit het noorden de Estian wind en vanuit het zuiden de Khamsin.  Het vierde bekken is het meest oostelijke en wordt het Levantijnse bekken genoemd. Hier waait vanuit het noorden de Meltimi en vanuit het zuiden de Khasin. Doordat de Middellandse Zee is ingesloten door land kan het vaak zwaar stormen in de winter periode.


De Middellandse Zee wordt door verschillende rivieren van zoet water voorzien: de grootste is de Nijl vanuit Egypte en van west naar oost; de Ebro in Spanje, de Rhône in Frankrijk, de Po en de Tiber in Italië, Adige in Italië, uitmondend in de Adratische Zee en de Maritsa van het Balkan schiereiland.
( De Zwarte Zee krijgt haar water uit vijf grote rivieren: de Donau, de Dnjepr, de Dnjestr, de Don en de Koeban.)
De Middellandse Zee wordt, met de klok mee, omringt door de volgende landen: Spanje, Frankrijk, Italië aan de westzijde en aan de oostzijde door de Adriatische Zee en in het zuiden door de Ionische Zee, Het voormalige Joegoslavië ( nu de onafhankelijke staten Slovenië, Kroatië, Bosnië, Herzegovina, Montenegro, Servië en Macedonië) aan de westzijde door de Adriatische Zee, evenals Albanië , Griekenland door de Ionische Zee, de Middellandse Zee en de Egeïsche Zee.
In het oosten Klein Azië, Cyprus, Syrië, Libanon en Israël en in het zuiden door Egypte, Lybië, Tunesië, Algerië en Marokko.


HET ONTSTAAN.

In feite waren de bekkens van de huidige Middellandse Zee vroeger diepe dalen omringt door een bergketen. Bij Gibraltar, Sicilië en Malta was een natuurlijke dam die de bekkens van elkaar scheidde. De Zwarte Zee werd bij de Bosporus evenzo afgesloten.
Ruim 7 miljoen jaar geleden ontstond er een verschuiving van de tektonische platen, waardoor gebieden uit elkaar werden geschoven en bergruggen ontstonden. Ook enorme vulkanische uitbarstingen deze het klimaat veranderen en zodoende het smelten van de ijskap die over het grootste deel van het Europese land lag. Gevolg hiervan was dat de zeespiegel van de Atlantische Oceaan en in de Zwarte Zee begon te stijgen.
Door het overstromende water erodeerde de dam bij Gibraltar waardoor het eerste bekken volliep en daarna verging het net zo met de dam die bij Sicilië lag en bij Malta. Een enorme vloedgolf was het gevolg en dieren zochten de hoger gelegen gebieden op, wat uiteindelijk eilanden werden.
Zo is het mogelijk, dat op het eilandje Gozo bij Malta beenderen zijn gevonden van de kleine olifant in een grot. Dat hoger gelegen gebieden reeds bewoond waren blijkt ook uit tempel resten, ouder dan de piramiden van Egypte, die op Gozo zijn gevonden.
Het gebied in en om de Middellandse Zee kent nog steeds actieve vulkanen zoals de Vesuvius bij Napels, de Etna op het eiland Sicilië en de Stromboli ten noorden van Sicilië.




                                (De vulkaan Stromboli ten noorden van het eiland Sicilië.)

ZEESTROMEN.

In de Middellandse Zee lopen twee oppervlaktestromen: een uit de Atlantische Oceaan naar het oosten en een andere uit de Zwarte Zee via de Dardanellen naar het zuiden. De stroom in de Straat van Gibraltar is sterk (gemiddeld 3 mijl per uur) en blijft, steeds verzwakkend, dicht langs de kust van Noord-Afrika lopen. Zeer in het algemeen kan men zeggen dat in de hiervoor beschreven bekkens de stroom ronddraait tegen de wijzers van de klok in, meestal de contouren van de kusten volgt, zodat de stroom aan de Europese zijde naar het westen loopt, meestal zwak is en soms beïnvloed door lokale en tijdelijke omstandigheden.
In de Adriatische Zee loopt dus de stroom langs de Balkan-kust naar het noorden en langs de Italiaanse kust naar het zuiden. Doordat de Middellandse Zee  een ingesloten zee is, waarin het warme klimaat veel oppervlaktewater  verdampt, stijgt het gemiddelde zoutgehalte. Het zoutere water zakt naar diepere waterlagen en stroomt over de bodemdrempel bij de Straat van Gibraltar naar de Atlantische Oceaan, onder het Atlantische water door dat hier de Middellandse Zee instroomt.
Dit uitstromende water heeft in de Straat van Gibraltar een snelheid die groter is dan die van het instromende water. Het totale watertransport van de Atlantische Oceaan in de bovenstroom, die tot een diepte van 125 meter gaat, is ongeveer 1750.000 m³ per seconde. Ongeveer 1680.000 m³ per seconde loopt de dieptestroom naar buiten. Het verschil, 70.000 m³ geeft blijkbaar aan hoeveel water van de Middellandse Zee er per seconde meer verdampt dan er uit de Zwarte Zee en water uit de rivieren inkomt.


GETIJDEN EN GETIJSTROMEN.

Doordat de Middellandse Zee  slechts door de smalle Straat van Gibraltar met de open oceaan in verbinding staat, zijn de getijden zwak. Het verval is gemiddeld niet meer dan 30 cm. (in het westen 60 cm. en in het oosten 10 cm.)
In Venetië is het verval bij springtij 1 meter, aan de Grote Syrte (Noord-Afrika) 1,60 meter.
In het noordelijke gedeelte van de Straat van Messina zijn de getijstromen goed merkbaar, evenals langs de kusten van de Straat van Gibraltar.


MARITIEME GESCHIEDENIS.

Een zeer belangrijk deel van de ontwikkeling van de westerse scheepsbouw en scheepvaart heeft zich afgespeeld op en rond de Middellandse Zee, zoals dit gebied zich ook kenmerkt als de bakermat van de westerse beschaving.
Achtereenvolgens speelden de Egyptenaren, Kretenzers, Foeniciërs, Grieken, Romeinen en later de Arabieren, Genua en Venetië daarin de belangrijkste rol. Ontegenzeglijk hadden zij een welwillende zee om zich te bekwamen in het manoeuvreren met hun schepen en in de navigatie, omdat het klimaat mild was, de zee vrij rustig, de kusten op een niet te grote afstand van elkaar lagen en bovendien op de meeste plaatsen goed bevolkt waren. Door deze gunstige factoren groeiden de meeste filosofieën, ideologieën, godsdiensten en ook technologieën, tot rijpheid op de eilanden en kusten van deze vriendelijkste van alle zeeën.

(De rots van Gibraltar is een strategie's punt in de Straat van Gibraltar.)

Toen de zeeroute om de Kaap de Goede Hoop was gevonden, ging de maritieme betekenis van de Middellandse Zee achteruit. Veel goederen van en naar het Verre Oosten werden er overgeladen uit schepen om verder over land vervoert te worden.  De zijde route naar China liep toen grotendeels over land.
Na de opening van het Suezkanaal in 1869 hernam de Middellandse Zee spoedig haar plaats in als een van de drukst bevaren zeeën, Europa, Azië en het Verre Oosten verbindend.
De visserij is op de Middellandse Zee steeds zeer belangrijk geweest en de economie van vele kuststreken en zelfs staten waren en zijn er in belangrijke mate van afhankelijk, zoals bijvoorbeeld de sardine- en tonijnvangst bij Sardinië, Sicilië en Algerië . Deze visserij wordt nog veel uitgeoefend met scheepjes die in de loop van vele eeuwen, zelfs terug gaand tot de oudheid, niet veel zijn veranderd in vorm en kleur.



(Vissersscheepjes in de haven van Marsaxlokk op het eiland Malta.)

Doch ook moderne , van alle apparatuur voorziene vissersschepen komen in steeds groter aantal voor in de Middellandse Zee met als thuishaven Barcelona, Marseille, Genua, Algiers, Napels, Piraeus, enz. In feite is de Middellandse Zee zwaar over bevist. 





Heden door het ontwakend nationalisme van Afrikaanse staten, de 'Arabische Lente' in verschillende landen om een einde aan de dictatuur te maken, de strijd tussen Israël en de Palestijnen, de opkomst van het extreme moslimgeloof (IS) en de invloed van de Westerse democratie, de landen aan en op de wateren van de Middellandse Zee in ongemakkelijke nabuurschap.
Doch de stormachtige Atlantische Oceaan, de uitgestrekte Grote- of Stille Oceaan en de oude Indische Oceaan zijn grotendeels ontdekt en geëxploreerd door de afstammelingen van zeelieden die op de Middellandse Zee het schip hebben leren kennen en zeilen hebben geleerd.




zondag 17 mei 2015

RODE ZEE. WAT EN WAAR!

DE ZEE WAAR MOZES HET VOLK ISRAËL DOORHEEN

LEIDDE! NU EEN GELIEFDE VAKANTIE BESTEMMING.

De Rode Zee is een lange en betrekkelijk nauwe randzee van de Indische Oceaan. Strekt zich in een ongeveer NNW-ZZO richting uit tussen Afrika en Azië.
In het noorden loopt de zee uit in twee hoornvormige verlengingen: de Golf van Suez en de Golf van Akaba die het schiereiland Sinai omsluiten.
Het zuidelijke einde van de Rode Zee heeft door de nauwe zeestraat, van slechts 12 mijl breedte, Bab-el-Mandeb verbinding met de Golf van Aden en de Indische Oceaan.
De Rode Zee wordt aan de westelijke oever ingesloten door de landen Egypte, Sudan en Eritra, een aan de oostelijke oever door Saudi Arabië en Yemen. 
Van Suez tot het zuidelijke einde van Straat Bab el Mandeb bij het eiland Perim is de Rode Zee 1212 zeemijl lang. ( 1 zeemijl=1,852 km.)
De breedte is variabel, maximaal 115 zeemijlen, doch wordt bij het zuidelijke  uiteinde snel minder.
De oppervlakte is ongeveer 438.000 km², de gemiddelde diepte is 490 meter.

DE NAAM.

De Rode Zee heeft zijn naam te danken aan het roodachtig gekleurd zijn van bepaalde gebieden van de zee door een blauwwier Trichdesmium, een soort plankton.

HET ONTSTAAN.

De Rode zee werd gevormd toen een breuk ontstond die het nabije Oosten in tweeën deelde langs de lijn, gemarkeerd door de Jordaan vallei, de Wadi-el-Arab, de Golf van Akaba en verder onder de Rode Zee en enige afstand van de Afrikaanse kust. Een aantal eilanden in het zuidelijke gedeelte bestaat uit vulkanisch materiaal dat afkomstig is uit de formatie van de breukvallei. De Rode zee is aan beide zijden omsloten door hoogland dat door een lage zanderige en woestijnachtige kuststrook van de zee is gescheiden. 
Aan de Arabische zijde is een doorlopende bergmassa van zandsteen en graniet achter de lage kust van zand en koraal en de steil oprijzende Tihama hoogvlakte.


HET KLIMAAT.

Het klimaat is vooral gekenmerkt door de grote zomerse hitte. Op 16 graden noorderbreedte is de gemiddelde temperatuur in juli, augustus en september ruim 32 C, soms oplopend tot 40 C.
De laagste gemiddelde temperatuur in het noordelijke gedeelte gedurende de winter is 19 C.
De oppervlakte temperatuur van het zeewater is in de zomer op 16 graden N. boven de 31 C. In de regel waait de wind in de strekkingsrichting van de zee. In het noordelijk gedeelte tot ongeveer 18 graden noorderbreedte gedurende het gehele jaar overheersend uit noordwestelijke richting. Gedurende de zomer breidt deze noordwesten wind zich over de gehele Rode Zee uit. In het zuidelijke gedeelte is in de maanden van oktober tot april de overheersende wind uit zuidoostelijke richting. Storm is zeldzaam in de Rode Zee evenals regen en mist doch wel wordt het zicht soms slecht door zand- of stofmist, de z.g.n Rode mist.
De vochtigheidsgraad van de atmosfeer kan zeer hoog zijn.


ZOUTGEHALTE VAN HET WATER.

Buiten het zoutgehalte van de Dode Zee heeft de Rode Zee het zoutste zeewater van de wereld. 
De sterke zonnestraling en de hoge temperatuur van het oppervlaktewater veroorzaken een sterke verdamping, zodat het zoutgehalte 40% gedraagt.

ZEESTROMEN.

Over het algemeen zijn de stromingen in het water van de Rode Zee zwak. In de nabijheid van de kust worden sterkere stromingen waargenomen en ook bij de as van de Rode Zee zijn soms vrij sterke stromen, dikwijls dwars op de asrichting. In Straat Bab-el-Mandeb loopt over de slechts 100 meter diep gelegen drempel een oppervlaktestroom van de Golf van Aden de Rode Zee in en een onderstroom van zeer zout water in omgekeerde richting. Het totale watertransport bedraagt hier echter slechts ongeveer een zesde van dat in de Straat van Gibraltar. 


VAARWATEREN.

Een diep vaarwater loopt vrijwel door het midden van de Rode Zee. Buiten het hoofdvaarwater liggen riffen en ondiepten die de navigatie in veel kustgebieden bijna onmogelijk maken voor degenen die niet beschikken over lokale kennis van de kustgebieden.
De kustwateren worden meestal slechts bevaren door Arabische zeilvaartuigen; de grotere schepen maken meestal gebruik van de bebakende en/of beboeide vaarwaters die naar de havens leiden en dan nog onder loodsadvies.
Goede en vrij goede havens zijn: Suez ( de ingang van het Suezkanaal), Eilat in de Golf van Akaba, Djeddah in Saudi Arabië, Port Soedan in Sudan en Massaoea in Eritrea. De oude haventjes zoals Mokka en Hodeida in Jemen worden nog slechts door Arabische zeilvaartuigen gebruikt.

MARITIEME GESCHIEDENIS.

Als handelsroute is de Rode Zee steeds belangrijk geweest sinds de mens de zeeën is gaan bevaren.
De Egyptenaren maakten reeds 3000 v. Chr. van deze route gebruik en later ook de oosterse potentaten en kooplieden.
Een natuurlijke verbinding met de Middellandse Zee ontbrak echter.
Door de Egyptenaren werd ongeveer 2000 v.Chr. een kanaal gegraven van de Golf van Suez naar de monden van de Nijl, doch dit verzandde; door Darius werd opnieuw gegraven, doch dit verzandde weer; ongeveer 100 n.Chr., werd dit wederom in gebruik genomen door de Romeinen, om na een paar honderd jaar opnieuw verwaarloosd te worden.
De winden in de Rode Zee hebben een beslissende invloed gehad op het gebruik dat door de eeuwen heen door de schippers er van gemaakt is. Zeilschepen uit de Golf van Aden of het zuiden van de Rode Zee hadden geen achterlijke wind gedurende de laatste 800 mijl naar Suez. Zij werden bovendien gehinderd door het feit dat gedurende het grootste gedeelte van het jaar de winden in het zuidelijk gedeelte zuidoostelijk zijn. Door deze ongunstige zeilomstandigheden maakte de vaart in dit gebied tot betrekkelijk recente tijd gebruik van galeien geroeid door slaven. Doch slaven en riemen namen laadruimte en gewicht in en zodoende ging men zeilschepen bouwen met een speciaal tuig. Het latijnzeil van de Arabische vaartuigen was speciaal geschikt om scherp aan de wind nog voortgang te maken. De vierkant getuigde westerse schepen tornden halfweg de Rode Zee tegen de windbarrière op. Maar het was het grotere gevaar van zeerovers en de langere thuisreis via de Perzische Golf (nu de Arabische Golf) maakte de route door de Rode Zee de uitverkoren weg naar het Oosten.



Om deze economische reden werden de havens Soeakin en Kossier ontwikkeld als overslaghavens voor de route over land tussen het Oosten en Europa. De lading werd van deze havens door kamelen en ezels naar de Nijl gebracht en vandaar per rivierboot naar de Middellandse Zee.




Dit transport over land verdween na de opening van het Suezkanaal in 1869.
Het scheepvaart verkeer eiste toen het aanwezig zijn van bunkerhavens voor steenkool voor de kolen stokende stoomschepen. Port Said werd een belangrijke bunkerhaven en in het zuiden van de Rode Zee het eilandje Perim in Straat Bab-el- Mandeb. In 1883 opende de Perim Coal Company een bunkerstation in de beschutte natuurlijke haven en in 1916 hadden er zich 1300 mensen gevestigd.



In 1916 deden de Turken een poging het eiland te bezetten maar deze poging werd door de Britse troepen afgeslagen.
Door het afnemende gebruik van steenkool in de scheepvaart werd in 1936 de haven gesloten. In 1967 werd het eiland door de Britten overgedragen aan Yemen. Slechts een lichttoren en een meteorologisch station bleven bestaan.
Het scheepvaart verkeer door de Rode Zee kwam in juni 1967 voor een groot deel stil te liggen na de Zesdaagse Oorlog tussen Egypte en Israël, welke laatste toen de macht over het schiereiland Sinai verkreeg.
Dit duurde vanwege de militaire en politieke redenen tot 5 juni 1975 waarna het kanaal weer werd geopend voor scheepvaartverkeer en de vaart door de Rode Zee weer toenam. 




                      (Vaart door het Suezkanaal vanuit de Golf van Suez naar Port Said.)

Na beëindiging van alle militaire en politieke conflicten werd het Suezkanaal verbreed en uitgediept.
De Rode Zee nam weer een belangrijke plaats in voor het scheepvaart verkeer tussen de Indische Oceaan en de Middellandse Zee. Dit zal alleen nog meer toenemen nu men anno 2015 is begonnen het gehele kanaal nog verder te verbreden en uit te diepen en tevens een tweede kanaal aan te leggen.

De Rode Zee en de Golf van Akaba zijn tegenwoordig geliefde vakantie bestemmingen om te duiken en te snorkelen in het visrijke water. Helaas  lozen de hotels hun vervuilde water door middel van lange pijpleidingen ver in zee, waardoor er vervuiling optreed wat funest is voor het ecologisch systeem in de zee en koraal zal afsterven.



vrijdag 15 mei 2015

MARS (DRIE MAAL). WAT IS DAT?


EEN ZELFDE NAAM VOOR MEERDERE OBJECTEN.


PLANEET MARS. (1)

Mars is onze naaste buitenplaneet; gemiddelde afstand tot de zon 228 miljoen kilometer; heeft een middellijn van 6.770 km, wat 0,53 is van de middellijn van de aarde. Het volume is 0,15 van die van de aarde; dichtheid 0,7 maal en massa 0,11 maal van die van de aarde. Mars draait in 24 uur, 37 minuten en 23 seconden om zijn as, wat de 'Marsdag' wordt genoemd.
De planneet volbrengt in 687 dagen zijn loop om de zon en bezit twee manen, Phobos en Deimos ieder met een middellijn van ongeveer 10 km.
Deimos draait in 30 en Phobos in 8 uur om Mars.
Het oppervlakte van Mars vertoont vlekken wat als zeeën wordt gezien. De planeet kent jaargetijden en een dampkring met zeer weinig zuurstof. De temperatuur ligt grotendeels beneden het vriespunt en kan maximaal 10 graden Celcius warm worden.

DE GOD MARS. (2)

Mars was de oorlogsgod van de Romeinen, overeenkomend met de Griekse oorlogsgod Ares.

MARS VAN EEN ZEILSCHIP. (3)

Dit is een platform rond de top van de ondermast; het diende om aan het stengewant de nodige spreiding of spatting en steun te geven.
De mars werd ook gebruikt als uitkijk en als werkplatform voor de marsgasten die in de tuigage werkten.
Op oorlogsschepen werden er de scherpschutters in geplaatst.
Een deel van het lopend want werd vanaf de mars bediend.



( Mars van zeilschip met houten masten.)

Verklaring van de cijfers:
1. - Grootstengestag.
2. - Blok voor neerhalen stengestagzeil.
3. - Talreep.
4. - Puttingwant.
5. - Middelstag.
6. - Blok voor neerhalen grootstengestagzeil.
7. - Blok voor toppeneind.
8. - Voorstag.
9. - Kettingborg

Een mars steunde op twee langszalings die aan weerszijden van de mast op kaken steunden.
Op de rand van de mars werden de nodige gaten voor het puttingwant aangebracht.
De oudste marsen waren niets anders dan een korf (mars of marskramer; ook wel het kraaiennest genoemd) die op de top van de mast werd geplaatst als observatie- en gevechtspost. De korf werd gaande weg vervangen door een houten bouwsel met ronde vloer en opstaande rand of verschansing.
In het begin van de 18e eeuw werd de ronde mars vervangen door een halfronde met rechte achterrand. De borstwering bleef slechts op de achterrand bestaan. Ze bestond uit zeildoek of een net.



                                   ( De mars bij een zeilschip met stalen masten en ra's.)

In de 19e eeuw werd de mars steeds kleiner en soms vervangen door een ijzeren gestel dat voor het grootste deel open was. Ze dient nog als drager voor de hangerblokken van de laadbomen.


MARSGAST.


                                      ( Marsgasten hier staande op de paarden onder de ra.)

Een marsgast is een graad van een bevaren matroos op een zeilschip. Deze stond direct onder het bevel van de bootsman, maar was de meerdere van de gewone bevaren matrozen.
Marsgasten werkten in de mars en waren verantwoordelijk voor het daar gebruikte touwwerk.
Zij leidden ook het op- en aftuigen van de masten, het reven, aan- en afslaan van de zeilen. 
Iedere mast werd bediend door meerdere marsgasten.


donderdag 14 mei 2015

POLAKKER - TUIG. WAT IS DAT?


EEN NAAM VAN DE ZEILEN DIE JE VOERT.



Een 'Polakker' is een twee- of dreimastkoopvaardijschip van de Middellandse Zee. Het werd zo genoemd omdat het een plakkertuig voerde.
Het schip zelf kon zowel een brigantijn als een bark of brik zijn
De benaming duidt dus duidelijk op de tuigage en niet op het scheepstype.
Ook buiten het gebied van de Middellandse Zee kende men polakkers. Zo waren in de 17e eeuw sommige katschepen getuigd als polakker.
In de 19e eeuw waren ook in Duitsland en in Engeland schepen die als een polakker waren getuigd.


                                              ( Een polakker getuigd schip anno 1876.) 

POLAKKERTUIG..

Een tuigage van twee- of drie paalmasten, zonder zalingen. De hoofdtouwen rustten op tegen de mast gespijkerde klampen.
De tuigage was uiterst eenvoudig en licht hanteerbaar; de zeilen konden snel en gemakkelijk woreden geborgen door de ra's te laten zakken, desnoods tot op het dek.
De ra's werden tot vlak bij elkaar gestreken, zodat de zeilen vanaf de onderliggende ra konden worden behandeld; daarom waren er in de tuigage geen paarden aanwezig.
Over het algemeen waren de zeilen hoog en smal. De polakkertuigage werd op de meest uiteenlopende scheepstypen gevoerd.


dinsdag 12 mei 2015

FLEMING PATENT. WAT IS DAT?


VOORTBEWEGEN ZONDER ROEIRIEMEN.




Reddingssloepen worden over het algemeen voortbewogen met roeiriemen of met behulp van de sloepmotor. Bij zware zeegang is het roeien van een reddingssloep zo goed als ondoenlijk.

Het was de Engelse constructeur I.R.Fleming die een gepatenteerde voorstuwingsmethode  voor reddingssloepen ontwikkelde met behulp van handkracht en via hefbomen en as een aangedreven schroefpropeller.


                                ( Zij- en bovenaanzicht van een sloep met het Flemingpatent.)

De goedkeuring voor gebruik aan boord van schepen werd verkregen van het Mercantile Marine Department, Board of Trade, op 28 februari 1922.
Dit patent werd later bij de Nederlandse koopvaardij het 'Vliegende Hollander Patent' genoemd.

Het systeem bestaat uit twee lange links en rechts tegen de drijfkasten flexibel gemonteerde aandrijfstangen, waarop hefbomen zijn gemonteerd ter hoogte van de doften, welke aldus door alle inzittenden van de boot heen en weer worden bewogen. Dit moest aan beide zijden met het zelfde tempo gebeuren.
De heen en weer gaande beweging van de drijfstang wordt ter hoogte van de achterste doft via een krukas-mechanisme omgezet in een draaiende beweging, welke door middel van een haakse tandwieloverbrenging op de schroefas wordt overgebracht. De schroefas dreef de schroef aan.
Het Flemingpatent kwam vooral voor bij in de Verenigde Staten gebouwde schepen.