vrijdag 29 augustus 2014

WERELDERFGOED IN NEDERLAND. HET ERFGOED VOOR TOEKOMST.. (DEEL 11 SLOT)

NOG ZEKER TIEN TE PLAATSEN. (11)

VAN NELLE FABRIEK.

Tijdens het ontwerpen van de postzegelserie over het Nederlands Werelderfgoed van UNESCO was de beslissing nog niet gevallen aangaande de Van Nelle fabriek in Rotterdam.
Intussen valt sinds 2014 deze fabriek ook onder het Werelderfgoed. De naam Van Nelle is bij de Nederlanders algemeen bekend vanwege de producten als koffie, thee en zware shag




De Van Nelle fabriek ontworpen door de architecten Johannes Brinkman en Leendert van der Vlugt, was de eerste daglicht fabriek in Europa. De arbeiders konden hu werk doen in een grote open ruimten. Verder waren er douche gelegenheden en sportvelden. Het geheel was voor die tijd revolutionair.
De bouw van de fabriek begon in 1925 en kwam gereed in 1931.


BONAIRE MARINE PARK.


Het Bonaire Marine Park is het oudste zeereservaat ter wereld en omvat 2600 ha. koraalrif en zeegrassen mangrovebossen.
De oprichter van dit natuurpark is Carel Steensma, een goede vriend van wijlen prins Bernhard en oud verzet strijder uit de WO II.
Sinds 1971 geld er in het park een verbod op harpoenvissen en in 1975 werd het verboden om het koraal te beschadigen.
Meer informatie op www.bmp.org


TEYLERS MUSEUM IN HAARLEM.


Een museum waar van alles te vinden is. Machines die elektriciteit opwekken, oude fossielen en prenten van bekende schildermeesters zoals Rembrandt en Michelangelo.
Het museum heeft op het gebied van kunt- en wetenschappen veel te bieden.
Het is het oudste museum van Nederland en het enige ter wereld met een authentiek museuminterieur, dat nog uit de 18e eeuw dateert.
De monumentale Ovale Zaal is een waar pronkjuweel.
Meer informatie op www.teylermuseum.nl







KONINKLIJK ELSE ELSINGA PLANETARIUM IN FRANEKER.


Else Elsinga was oorspronkelijk wolkammer van beroep en had als hobby enorme belangstelling in ons zonnestelsel.
Hij deed er zeven jaar over om het zonnestelsel na de bouwen in de woonkamer van zijn woonhuis in Franeker. Een zonnestelsel dat net zo als het echte nauwkeurig in het heelal bewoog.
Met de bouw van dit zonnestelsel aan zijn plafond wist hij de onheils voorspelling uit 1774 van Eelco Alta, een streng christelijk predikant uit Bozum, te weerleggen. Deze predikant beweerde dat de wereld zou vergaan als gevolg van de samenstand van vier planeten.  
Het planetarium is het oudste werkende planetarium ter wereld.
Meer informatie op www.planetarium-friesland.nl

PLANTAGE SYSTEEM WEST-CURAÇAO.


Curaçao was eens een doorvoer eiland voor de slavenhandel op de Zuidelijke Staten van Noord- Amerika. 
De plantages Ascension, San Juan, Sanonet en Knip zij hiervan nog getuigen.
Op plantage Knip begon onder leiding van de legendarische slaaf Tula de slavenopstand.
In het landhuis van plantage Knip is hierover nu een museum gevestigd.
Ook de andere uit koraal opgetrokken plantagehuizen met de bijbehorende verblijven voor de slaven zijn grotendeels nog intact en worden in oude staat hersteld voor de bezoekers.
Meer informatie op www.curacao.com

SANATORIUM ZONNESTRAAL IN HILVERSUM.


Het is een complex gebouwd volgens het credo 'licht, lucht en ruimte'van het nieuwe bouwen en is een ontwerp van architect Johannes Kuiper en werd gebouwd tussen 1926 en 1931 aan de rand van het Loosdrechtse Bos.
Het was een sanatorium-herstellingsoord voor tuberculosepatiënten. Bij de bouw ervan ging de architect ervan uit dat binnen dertig jaar de tuberculose zou zijn uitgeroeid en bouwde een fragiel gebouw. Het is nu geheel in oude stijl gerestaureerd.
Meer informatie op www.zonnestraal.org

KOLONIËN VAN DE MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID IN DRENTHE.


De Drentse armenkoloniën worden wel gezien als de voorloper van de moderne Europese verzorgingsstaat.
In 1818 richtte generaal Johannes van den Bosch de Maatschappij Weldadigheid op om de armen uit de steden door boerenarbeid te verheffen.
In dat zelfde jaar werd het eerste 'pauperparadijs' gesticht, kolonie Frederiksoord, later gevolgd door Willemsoord en Wilhelminaoord.
Al deze koloniën werden gebouwd volgens een strak patroon.
Behalve de vrije koloniën kwamen er ook strafkoloniën. Zo werden in Veenhuizen weeskinderen, landlopers en bedelaars vastgezet. Heden ten dagen staat er nog altijd een gevangenis.
Meer informatie op www.dekoloniehof.nl

NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE.

De Nieuwe Hollandse Waterlinie was een verdedigingslinie van forten, sluizen en dijken en beruste op het principe van De Stelling van Amsterdam.
Water was het verdedigingswapen. Als de vijand zou komen, konden weiland gebieden tussen Muiden en de Biesbosch onder water gezet worden.
De Nieuwe Hollandse Waterlinie diende ter vervanging van de uit het einde van de 17e eeuw daterende Hollandse Waterlinie en draagt sinds 1871 een nieuwe naam.
Een belangrijk verschil tussen de oude en de nieuwe linie is dat de stad Utrecht binnen de linie kwam te vallen. Er is sprake van geweest de Nieuwe Hollandse Waterlinie bij de inval in 1940 van de Duitse troepen in werking te stellen.
Meer informatie op www.hollandsewaterlinie.nl

HET CARIBISCH EILAND SABA.


Zolang Saba een gemeente blijft in het Koninkrijk der Nederlander, zal niet de Limburgse Vaalserberg het hoogste punt van Nederland zijn, maar de 877 meter hoge Mount Scenery op het eiland Saba.
Het eiland dankt haar ontstaan aan deze slapende vulkaan met vier lavakoepels.
Omdat het hier zo steil is werd pas in 1938 hier de eerste weg aangelegd. Tot voor die tijd maakten de bewoners gebruik van trappen om bij hun pittoreske woningen tegen de berghellingen te komen.
De dichtbeboste berghellingen van de vulkaan en het zeereservaat voor de kust maken van het eiland een groene stip op de kaart.
Meer informatie op www.sabatourism.com

HET NEDER-GERMAANSE DEEL VAN DE ROMEINSE LIMES. NEDERLAND EN DUITSLAND.


Gedurende de Slag bij het Teutenburgerwoud in Duitsland werd de Romeinse keizer Augustus in 9 n.Chr. verslagen door de Germanen van Arminius.
Door het gevolg van deze zware en politiek gevoelige nederlaag besloot kiezer Claudius in 47 n.Chr. om een noordelijke verdedigingslinie aan te laten leggen.
Tot 400 n.Chr. vormde deze linie de noordelijke grens van het Romeinse Rijk.



In het Nederlandse en Duitse deel zijn indrukwekkende forten, resten van schepen, wegen en burgerlijke nederzettingen langs de rivier de Rijn overgebleven.
Meer informatie op www.museumhetvalkhof.nl





 


donderdag 28 augustus 2014

WERELDERFGOED IN NEDERLAND. MOLENCOMPLEX KINDERDIJK-ELSHOUT. (DEEL 10)

WINDKRACHT OM WATER TE VERPLAATSEN. (10)


Nergens ter wereld kan men een molenlandschap vinden zoals in Kinderdijk. Op een zeer korte afstand staan er 19 watermolens bijeen, nl.:
8 molens van de Nederwaard;
8 molens van de Overwaard;
2 molens van de polder Nieuw-Lekkerkerk;
1 molen van de polder Blokweer.


De molens van de Nederwaard zijn stenen bovenkruiers met een overdekt scheprad. Zij werden gebouwd in het jaar 1738. De molens van de Overwaard en die van de Polder Nieuw-Lekkerkerk zijn achtkante bovenkruiers met riet bedekt en een overdekt scheprad. Deze werden gebouwd in 1740 met uitzondering van de achterste molen van de Polder Nieuw-Lekkerkerk welke werd gebouwd in 1761.

De molen van de polder Blokweer is een wipwatermolen met een open scheprad.
Het is het oudste type watermolen en ontwikkelde zich uit de standaardmolen. De eerste werden rond 1407 in het polderlandschap gebouwd. Ken merkend voor dit molen type is dat, het gehele bovenhuis met de staart draaibaar is.
Bij het type bovenkruier wordt alleen de kap met de wieken gedraaid.

De molens bij Kinderdijk zijn gebouwd vanaf het einde van de 15e eeuw, maar de huidige molens dateren bijna allemaal uit 1738 en 1740.
De molens zijn gebouwd om het water uit de laaggelegen polder omhoog te pompen. Onder in elke molen bevindt zich een scheprad, dat het water omhoog brengt, vaak met een hoogte verschil van 140 cm.


1. Rivier de Lek.
2. De Hooge Boezem van het Waterschap
    "De Nederwaard".
3. Rivier De Noord.
4. De Hooge Boezem van het Waterschap
    "De Overwaard".
5. De Lage Boezem van de Nederwaard.
6. De Lage Boezem van de Overwaard.  

De twee molengangen van de Nederwaard en de Overwaard vormen een internationaal toeristisch trekpleister en zijn alleen te voet of met de fiets te bereiken. Een molen vlak bij de ingang van complex is van binnen te bezichtigen.


Kinderdijk droeg vroeger de naam Elshout. De verandering van naam heeft met de Sint Elisabethvloed te maken uit 1421. Na de ramp spoelde bij de dijk waar de mensen hun toevlucht hadden gezocht een wiegje aan. Boven op het houten wiegje stond een kat die bij ieder golfslag het wiegje in evenwicht wist te houden. In het wiegje bleek een kindje te liggen dat nog leefde.
De dijk werd sindsdien Kinderdijk genoemd.

Een dijk was een van de menselijke kunstgrepen  die vanaf 1000 n.Chr. reeds werd toegepast op het veen- en moerasgebied in te dammen en bewoonbaar te maken. De vloed van 1421 maakte duidelijk dat er meer gedaan moest worden om deze zwakke gebieden met landbouwgronden en haar bewoners te beschermen. Zo werd besloten de polders te bemalen met behulp van door de wind aangedreven watermolens.


In 1868 werden er twee stoomgemalen gebouwd ter vervanging van de molens.Tegenwoordig hebben moderne gemalen de waterbeheersing overgenomen. Het J.U.Smitgemaal heeft een capaciteit van 1.350 m³ per minuut. Het Overwaard gemaal heeft een capaciteit van 1.500 m³ per minuut.
In 2001 is een derde bemalingstrap in gebruik genomen ook om nu bij hogere rivier waterstanden het water te kunnen lozen.

Al de molens en het gebied wat een bescherm dorpsgezicht is, vallen sinds 1997 onder het Werelderfgoed van UNESCO




woensdag 27 augustus 2014

WERELDERFGOED IN NEDERLAND. DE GRACHTENGORDEL VAN AMSTERDAM. (DEEL 9)

EEN STADSGORDEL VAN WATER. (9)


De grachtengordel is een deel van de Amsterdamse binnenstad.

(Amsterdam halverwege de 16e eeuw.)

Deze grachtengordel bestaat van binnen naar buiten, uit de Singel, Herengracht, Prinsengracht en de in latere periode aangelegde Lijnbaangracht.
Al deze grachten liggen in een halve maan cirkel om het oude centrum van Amsterdam heen en beginnen bij de Brouwersgracht.
Alleen de eerste vier grachten hebben een directe verbinding met de Amstel.Later werden deze grachten doorgetrokken aan de andere oever van de Amstel en kregen 'Nieuwe' voor de naam te staan. Om het gehele centrum van de stad, vanaf de Brouwersgracht tot aan het Lozingskanaal loopt de Singelgracht.
Binnen deze grachtengordel liggen de volgende grachten: Oudezijds Voorburgwal en Oudezijds Achterburgwal, de Geldersekade en de Klovenierswal, Waals, Elandsgracht, Rappenburgwal, Uilenburggracht, Houtkoperswal, Oude Schans en de Zwanenburgwal welke allemaal onderling verbonden zijn en via sluizen in verbinding staan met de Binnen Amstel en het IJ. Ook het huidige Damrak en het Rokin waren vroeger waterwegen die het IJ met de Amstel verbonden door de stad.
Het zijn de waterwegen van de stad om de pakhuizen en de koopmanshuizen te bereiken voor de handel.

De grachten hadden vroeger een verbinding nodig via sluizen en het IJ, daar toen de Zuiderzee nog onderhevig was aan eb en vloed.
Op de rede van Amsterdam, het IJ werden de grote zeilschepen gelost in kleinere vaartuigen welke de goederen via het grachtenstelsel vervoerden naar de pakhuizen.
Pakhuizen en fraaie koopmanswoningen verrezen langs de grachten en honderden bruggen verbonden de kade's met elkaar.

Vanaf 1600 werd begonnen met de aanplant van bomen langs de grachten om zo meer zuurstof in de stad te krijgen en het aanzien te verbeteren en schaduw te geven. Uiteindelijk waren het de iep-soorten die het beste gedijden langs de grachten. Nu staan er ruim 40 soorten van deze boom soort langs de grachten met een totaal van 75.000 stuks. Het was vooral in de zomertijd stinkend warm in de binnenstad door het sterk vervuilde grachten water waar alles in werd geloosd. Een goede door spoeling van de grachten zoals men nu kent, kende men nog niet.


                                                     ( Amsterdam in de 21e eeuw.)

Tot het einde van de 16e eeuw bestond de stad Amsterdam uit het gebied binnen de Singel en de huidige Klovernierswal. Na 1585 kreeg de stad te maken met een explosieve toename van inwoners.
In 1613, tijdens het Twaalfjarig Bestand gedurende de 80 jarige Oorlog met Spanje, begon men met het uitgraven van de Herengracht, Keizersgracht en de Prinsengracht vanaf de Brouwersgracht. Op de opgehoogde grond tussen de grachten ontstonden bouwkavels welke de gemeente te koop aanbood.
De grachten waren tevens een waterlinie ter verdediging van de stad met de daarnaast gelegen omwalling.
Rond 1660, na de het sluiten van de Vrede van Munster werden de grachten doorgetrokken naar de Amstel en zo kreeg de stad het aanzien van een halve maan. Dit aanzien bleef zo tot in de tweede helft van de 19e eeuw.


De grachtenpanden getuigen vanaf de kadezijde of vanaf de gracht van een ongekende welvaart gedurende de Gouden Eeuw en later in de 18e eeuw. Een ieder persoon van enige betekenis, een rijke koopman of zijn gilde, diamanthandelaars en goudsmeden of belangrijke instanties hadden zeker een fraai pand aan een van de grachten staan.

Het gehele grachtenstelsel van meer dan 14 km.lengte, 80 nu nog bestaande bruggen en langs de kanten meer dan 8000 monumenten, kan gezien worden als een staaltje van waterbouwkunde, stadsplanning en architectonische kennis.
Honderdduizenden buitenlanders bezoeken jaarlijks deze binnen stad die uniek is op de wereld.

Sinds 2010 is dit stukje binnenstad van onze hoofdstad Werelderfgoed.

( Zie vervolg deel 10; Molencomplex Kinderdijk-Elshout.)




WERELDERFGOED IN NEDERLAND. DE WADDENZEE. (DEEL 8)

EEN BINNENZEE VOL LEVEN. (8)



De wadden zijn het grootste ononderbroken gebied met getijdenzand- en modderstromen op de wereld.
Het gebied is ontstaan tijdens de laatste ijstijd.


Als we over de Wadden spreken denken we alleen aan het gebied dat ten noorden van de kop van Noord-Holland, de Afsluitdijk en de provincies Friesland en Groningen ligt.
Het Wadden gebied ligt geheel langs de Noordzeekust van Duitsland en Denemarken en beslaat een gebied van ruim vierduizend vierkante kilometer.
In dit gebied kunnen dynamische natuurprocessen zich ongehinderd voltrekken. Het is een kraamkamer voor veel dieren en een pleisterplaats om te overwinteren.

Door de ligging van de Waddeneilanden is de Waddenzee meer een binnenzee. Een binnen zee die nergens op de wereld verder voorkomt en waar eb en vloed het gebied steeds doen veranderen.
Door stromingen en zandverstuivingen bij eb zijn de drooggevallen eilandjes constant aan de 'wandel'. Ze worden zo langzaam verplaatst van west naar oost.
In het ondiepe water ontstaat een plantengroei waartussen weer de nodige waterdiertjes leven die de voeding zijn voor miljoenen trekvogels.


In 1825 was er een grote watersnoodramp en naar aanleiding hiervan kregen de ingenieurs van waterstaat de opdracht om iets te verzinnen om het noorden van Nederland te beschermen tegen overstromingen.
Zo kwam het plan 'Van-Diggelen' op tafel waarin men het voorstel deed om de in te polderen door de eilanden met dijken te verbinden. De haalbaarheid hiervan gaf te veel twijfels en ook de hoge kosten, waardoor het plan van tafel ging. Doch in 1965 werd het toch weer te voorschijn gehaald, wat tot gevolg had dat de Wadden vereniging werd opgericht tot het behoud van dit unieke natuurgebied en zo verdween het plan 'Van-Diggelen' voorgoed van tafel.

Buiten de miljoenen vogels die hier leven, de weekdieren, de waterplanten, is het de kraamkamer voor de zeehonden die hier hun jongen ter wereld brengen.
Op de ontstane zandplaten bij eb kunnen ze heerlijk liggen genieten van de warmte van de zon. Hier zijn ze vrij en wordt er geen jacht op hun gemaakt vanwege hun huid.
In het ondiepe water wordt aan garnalen visserij gedaan en deze scheepjes zijn constant omringt door een school van meeuwen en bruinvissen die ook hun maaltje er van mee genieten.
Het wad is verder ook een geliefd gebied voor de 'wad wandelaars', die onder begeleiding van een ervaren gids, oversteken van het vasteland via de zandplaten bij eb naar een tegenover gelegen Waddeneiland.  
Helaas hebben de gas-, olie en zoutwinning tot oorzaak dat het Waddengebied langzaam begint te verzakken. Dit en de aanleg van vaargeulen wordt nauwlettend in het oog gehouden door de Waddenvereniging.

Sinds 2009 staat het Waddengebied op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het is een uniek gebied waar we zuinig op dienen te zijn.

( Zie vervolg deel 8; De Grachtengordel van Amsterdam.)

dinsdag 26 augustus 2014

WERELDERFGOED IN NEDERLAND. HET RIETVELD SCHRÖDERHUIS. (DEEL 7).

FUNCTIONELE MODERNE ARCHITECTUUR. (7)


Het Rierveld Schröderhuis ligt aan de grens van de stad Utrecht aan de Prins Hendriklaan en de vlak daarnaast gelegen autosnelweg A27.

 Het woonhuis, een asymmetrische witte villa, wat gezien wordt als een architectonisch meesterstuk werd in 1924 gebouwd in opdracht van Mevrouw Truus Schröder-Schräder.
Ze gaf de opdracht tot het ontwerpen van het huis aan Gerrit Thomas Rietveld die in de eerste plaats een ontwerper was van moderne meubelen.
Licht, lucht en ruimte waren haar eerste vereiste en grote ramen die naar buiten toe open gingen met een uitzicht op de toen daarbij gelegen nog onbebouwde polder.



De leefruimten waren een grote open ruimte en door middel van schuifwanden te plaatsen konden deze gedeeld worden in een aparte woon- en slaapruimte. Het werd de nieuwe manier van wonen in De Stijl, wat gelde als een wonder van architectuur. De Stijl was een beweging in de moderne architectuur.  


Na de dood van de vrouw van Rietveld gingen ze samenwonen in deze woning.
In het huis staan nog de originele door Rietveld ontworpen meubels zoals de zigzagstoel en de rood-blauwe lattenleunstoel.

Rietveld zijn tijdgenoten bleven hem als een meubelontwerper zien, maar zelf zag hij zich als een architect voor de massa.
Uiteindelijk werd hij niet als architect voor de sociale woningbouw gevraagd, maar juist voor het ontwerpen van exclusieve villa's.

Het huis staat is sinds 2000 op de lijst van Werelderfgoed van UNESCO.

zondag 24 augustus 2014

WERELDERFGOED IN NEDERLAND. DE BEEMSTER POLDER. (DEEL 6)

LANDSCHAP INGEDEELD ALS EEN SCHAAKBORD. (6)


In de eerste eeuw dat het lage gebied achter de duinen bewoond was, was het een veengebied. De ontginning van het veen door de bewoners en de stormvloeden leidde er toe dat het gebied in de periode tussen 1150 en 1250 uitgroeide tot een binnenzee. Een enorm meer dat in verbinding stond met de toenmalige Zuiderzee.  De naam Beemster is afgeleid van de naam van het riviertje de Bamestra dat er toen stroomde.

De Beemster wordt ook wel "Het land van Leeghwater genoemd. Het 'Land van"Leeghwater'bevat de Beemster, Schermer en Graft-De Rijp in de provincie Noord_Holland.
Dit unieke gebied ligt tussen de drie gemeenten Zaandam, Purmerend en Alkmaar.

WIE WAS LEEGHWATER?

Jan Adriaanszoon, wat zijn oorspronkelijke naam was,  leefde van 1575 tot 1650 en was molenaar en waterbouwkundige van beroep. Hij woonde en werkte in het gebied en hield toezicht op de drooglegging van de Beemster en de Schermer en zag zelf hoe een uitgestrekt watergebied in polderland veranderde.
Nadat hij bij het voltooien van het werd de prinsen Maurits en Frederik Hendrik had ontmoet welke het resultaat kwamen bekijken, plaatste hij de naam Leeghwater achter zijn naam, wat moest verwijzen naar het weggepompte water uit de twee ingepolderde gebieden.

( Een oude kaart van de Beemster waarop duidelijk de rechte vakverdeling van het land is te zien.)

In 1607 werd door de Staten van Holland het besluit genomen en toestemming verleend om het gebied in te dammen en droog te leggen. Het geld kwam van rijke kooplieden uit de V.O.C. die onder leiding van Dirck van Os en Jacob van Poppen de Beemster Compagnie oprichten.
Tijdens de werkzaamheden toen het werk bijna gereed was sloeg bij een zware storm een gat in de Zuiderzeedijk en liep het gebied bijna geheel weer onder water. Naar aanleiding hiervan besloot men de ringdijk zo ver te verhogen dat deze een meter boven het omringende land uitstak.
Voor het wegpompen werden uiteindelijk 43 poldermolens gebruikt en uiteindelijk zijn het 50 molens geworden op het gebied te bemalen.
Op 19 mei 1612 was de polder droog en was het huidige Beemster een feit. Het drooggelegde land wat 3,5 meter onder de zeespiegel ligt werd in rechthoekige kavels verdeeld volgend een geometrische patroon. Deze kavels werden verdeeld onder investeerders en de kwaliteit van de grond bleek zo goed te zijn dat er van een economisch succes kon worden gesproken. Helaas werd door vochtigheid van de bodem de Beemster nooit een graanschuur voor het westen van het land, maar voor weide grond was het gebied zeer geschikt. Het gebied is door de gehouden veeteelt bekend om zijn kaas.

Driehonderd jaar werd de polder drooggehouden door de 50 poldermolens. In 1928 werd gekozen voor een moderne machine bemaling systeem.
Er staan nu nog maar drie elektrisch aangedreven gemalen
De zuidelijke ringvaart is sinds 1825 onderdeel van het Noordhollandsch Kanaal.
Langzaam aan verdwenen door molens door verval of door brand na bliksem inslag.
De enige gespaarde molen die er nog staat in de Beemster is bewoond en particulier eigendom. 
Al met al zijn met de 11 molens in de Schermer en nog zes andere molens in het gebied gespaard gebleven en deze zijn nu bewoond. Een molen is ingericht als museummolen en ligt bij Schermerhoorn aan de Noordervaart.
In de Gouden Eeuw was het gebied erg intrek bij de rijke kooplieden van de V.O.C die in de zomer de stinkende grachten van Amsterdam ontvluchten en er op hun fraaie buitens genoten van de frisse lucht.
In tegenstelling tot de groene kavels van de Beemster zijn de kavels van de Schermer in het voorjaar kleurrijk door de bloeiende tulpen en andere bolgewassen die er geteeld worden.

Nu in de 21ste eeuw ziet het landschap van 'Het land van Leeghwater'er bijna nog het zelfde uit als destijds in de Gouden Eeuw.

De Beemster valt sinds 1999 onder het Werelderfgoed van UNESCO.
In de Beemster liggen 5 forten als onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Hier zijn dus twee Werelderfgoederen op één locatie te vinden.

( Zie vervolg deel 7; Het Rietveld Schröderhuis in Utrecht.)


zaterdag 23 augustus 2014

WERELDERFGOED IN NEDERLAND. Ir D.F.WOUDAGEMAAL. (DEEL 5)

OUDE STOOMTECHNIEK NOG HEDEN IN GEBRUIK. (5)



Tussen 1917 en 1918 ontwierp ir.D.F.Wouda het huidige gebouw waarin het stoomgemaal nu staat in Lemmer. Sinds 1947 is het naar hem vernoemd als hoofdingenieur van de provinciale Waterstaat van Friesland. De fundering van het enorm grote en ruime gebouw rust op 1950 palen.






Het machinepark werd in 1919/20 geplaatst en bestond uit zes kolengestookte stoomketels, vier horizontaal geplaatste stoommachines en acht centrifugaalpompen. 
Elke stoommachine ie gekoppeld aan twee centrifugaalpompen.
Het geheel werd ontworpen door Ph. Dijkshoorn en gebouwd door de Machinefabriek Jaffa uit Utrecht. 
Op 7 oktober 1920 werd het gemaal geopend door koningin Wilhelmina.




Eigenlijk was het gebruik van stoom al ouderwets toen het gemaal werd gebouwd, maar aangezien de hoeveelheid elektriciteit die de dan elektrische aangedreven machinerie nodig zou hebben in lemmer nog niet leverbaar was, bleef er geen andere optie over.
In 1955 werden de kolen gestookte ketels vervangen door vier nieuwe ketels van da firma Werkspoor die in 1967 werden omgebouwd voor oliestook.
Het gemaal loost haar weggepompte water in het IJsselmeer.

Door het afsluiten van de Zuiderzee door de aanleg van de Afsluitdijk, de bouw van het gemaal Stavoren en de afsluiting van de Lauwerszee maakte dat het gemaal minder werd gebruikt.
Tot 1966 werd het gemaal gebruikt om het boezem waterpeil van Friesland op peil te houden in dit zelfde jaar werd het Hoogland-gemaal opgeleverd.


Sindsdien wordt het Wouda-gemaal maar enkele dagen per jaar ingezet om het geheel operationeel te houden.
Het gehele stoombedrijf heeft acht uur nodig om operationeel te zijn. Bij volle capaciteit draaiend kan het gemaal in twee dagen tijd het equivalent van de inhoud van het Sneekermeer leegpompen.
De pompcapaciteit bedraagt 4000 m³ per minuut.



Het Wouda-gemaal is het grootste stoomgemaal ooit gebouwd en kan worden beschouwd als een staaltje van vakmanschap van de Nederlandse waterbouwkunde. Het is een machtig wapen in de Nederlandse strijd tegen het water.
Door de klimaatverandering zal het gemaal bij zware en langdurige regenval van groot belang blijven.

Sinds 1998 valt het Wouda-gemaal onder het Werelderfgoed van UNESCO. Het gemaal is alleen te bezichtigen als het in bedrijf is.

( zie vervolg deel 6; De Beemsterpolder.)

vrijdag 22 augustus 2014

WERELDERFGOED IN NEDERLAND. WILLEMSTAD CURAÇAO. (DEEL 4)

GRACHTENPANDEN OP EEN CARIBISCH EILAND. (4)


Ze mogen dan wel een klokgevel hebben de panden aan de kade van de Sint Annabaai, maar echt Nederlands ze zijn  ze van oorsprong niet. Het is meer een Portugese-Nederlandse bouw.
Willemstad is uitgegroeid tot een multiculturele stad en heeft invloeden van de Spanjaarden, Portugezen, Afrikanen, Nederlanders, Hugenoten, Joden en Indianen.

Het waren vooral de gevluchte Joden uit Portugal en Spanje die een stempel op het eiland drukten en de handel een impuls gaven.

De oorspronkelijke bewoners van het eiland Curaçao waren de Arowakken. Deze bewoners werden nadat de Spanjaarden het eiland hadden ontdekt allemaal als slaven naar Spanje afgevoerd i n 1515. 
In 1527 vestigden de Spanjaarden zich definitief op het eiland.

Curaçao was zo ruim 100 jaar een Spaanse kolonie totdat het eiland door de Hollanders van de West-Indische Compagnie werd veroverd in 1634 op de Spanjaarden. De Hollanders vernoemden de hoofdstad van het eiland, Willemstad, naar de stadhouder Willem II van Oranje. De stad werd gesticht op de oostelijke punt van de Sint Annabaai.  Curaçao is gedurende de slavenhandel een doorvoer station geweest voor de slaven welke naar zuidelijke staten van Noord Amerika werden vervoerd.

 Op 'De Punt' later verbasterd van Punta (Papamients de lokale taal) tot Punda bouwden de Hollanders in 1635 het fort Amsterdam ter bescherming van de haveningang.
Het fort werd uitgebreid naar de andere oever oftewel 'De Overkant´waar in 1707 een nieuwe wijk werd gesticht `De Overkant´ of vertaald in het Papamients ´Otrabanda´.
Fort Amsterdam is het oudste fort van de West-Indische Compagnie op het eiland.




Binnen de muren van het fort 'Op de Punt' ligt het Gouvernementsgebouw van het eiland.

In 1886 werden de twee stadsdelen Punda en Otrabanda met elkaar verbonden door een pontonbrug, in de volksmond de pontjesbrug, over de Sint Annabaai. Deze brug kan weggedraaid worden om de scheepvaart naar het Schottegat door te laten. De pontjesbrug heet de koningin Emmabrug. 


Nu ligt er een moderne verkeersbrug over de Sint Annabaai bij de ingang van het Schottegat, de koningin Julianabrug.


Curaçao het grootste eiland van de Antillen heeft tegenwoordig een eigen regering en vlag. De vlag symboliseer in het blauw, van de Caribische zee, twee sterren in de linkerbovenhoek het eiland Curaçao en het nabij gelegen eilandje Klein Curaçao en de horizontale gele streep als een zonnestraal. De vlag werd officieel aangenomen op 2 juli 1984. 

De oude binnenstad van Willemstad staat sinds 1997 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

( Zie vervolg deel 5; Het Ir. Woudagemaal.)
  

donderdag 21 augustus 2014

WERELDERFGOED NEDERLAND. DE STELLING VAN AMSTERDAM. (DEEL 3)

WATER EN FORTEN OM DE VIJAND TE WEREN. (3)


De Stelling van Amsterdam is een 135 kilometer lange verdedigingslinie bestaande uit honderden sluizen, dammen, 42 forten en vier geschutbatterijen gebouwd tussen 1880 en 1920.


Water is voor de Hollanders altijd een vriend en een vijand geweest. Een vijand in een strijd van land behoud en winning om te overleven en een vriend als een natuurlijke barricade tegen haar vijandelijke troepen.
Zo gebruikten we al snel het water door het land er mee te overspoelen, zodat het een drassige en natte ondergrond werd als een barricade en zo goed als niet doorwaadbaar voor de invallers.

In 1672 bekend als het 'Rampjaar'in de geschiedenis van Nederland, toen de Republiek der Zeven verenigde Nederlanden werd belaagd door de troepen van Engeland, Frankrijk en de bisdommen Münster en Keulen ontstond inderhaast de eerste Hollandse Waterlinie, die liep van Muiden tot aan Gorichem. Tussen de jaren 1880 en 1920 volgde de aanleg van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, waaronder de Stelling van Amsterdam, uitgaande van het verdedigingsprincipe van onder water zetting.
Het besluit tot de aanleg van het stelsel van waterwegen, forten, sluizen, dijken de geschutbatterijen rond Amsterdam werd in 1874 vastgelegd in de Vestingwet.
Vanwege het economisch belang viel de keuze op de stad Amsterdam om als laatste verdedigingsplaats te dienen waar het leger en de regering zich kon verschansen. Hierbij speelde het vele omliggende water ook een grote rol.

Helaas was de latere werkelijk anders. Nadat het fort Abcoude was afgebouwd ging het gehele plan zogezegd de prullenbak in. Men realiseerde zich dat de de steeds moderne oorlogvoering met het gebruik van zwaar geschut en brisantgranaten en de opkomst van de oorlogvoering vanuit de lucht de vesting daar niet tegen bestand zou zijn. Zo verloor de Stelling van Amsterdam in 1950 haar militaire functie.
De twee meest bekende forten welke zijn overgebleven van de Stelling van Amsterdam zijn: het Fort Pampus en het fort bij Spijkerboor. 


FORT PAMPUS.


De naam Pampus verwijst naar de geul welke is gelegen voor de monding van het IJ in de voormalige Zuiderzee, nu het IJssel;meer, ten oosten van Amsterdam en ten noorden van Muiden.
In 1870 na de Frans-Duitse oorlog was het Nederlandse bestuur bang voor een aanval op de hoofdstad Amsterdam en besloot men de Stelling van Amsterdam te gaan aanleggen.
In 1879 besloot men een permanent fort aan te leggen voor de beveiliging van de haveningang van Amsterdam. Men koos voor de zandplaat het Muiderzand. Het geheel zou stellingen krijgen met batterijen te noorden van het IJ op het Vuurtoreneiland en ten zuiden van fort Diemerdam. Men startte, na de goedkeuring in 1985, met de aanleg in 1887.
Na het weg baggeren, door firma Kalis, van de modder op de zandplaat werd eerst schoon zand gestort. Zinkstukken, stortsteen en basaltblokken vormden de ring van het ovale eiland.
Het fort zelf is op 4.000 heipalen gebouwd met een lengte van 11 meter en is opgebouwd uit metselstenen en beton. Ook het fort heeft een ovale vorm en telt drie verdiepingen.


Op de onderste verdieping bevonden zich de verblijven van de manschappen, keukens, wasplaatsen en twee met kolengestookte stoominstallaties voor de machines van elk 20 pk. welke elektriciteit opwekten. Verder was er een telegraafkantoor, een hospitaal en verder magazijnen voor voeding, granaten en en ander geschutmateriaal.
De tweede verdieping bevatte een smederij, opslagplaatsen en een arrestantenvertrek. Op de bovenste verdieping bevonden zich twee draaibare gepantserde geschutkoepels met twee Krupp-Gruson kanonnen met kaliber 24 cm. en lang 35 cm. 
Het geheel werd omringt door een droge gracht van 8 meter breed welke verdedigd kon worden door vier mitrailleurs M'90 Gardner.
Het fort is uiteindelijk nooit voor enige oorlogshandeling gebruikt en werd na gereedkomen in 1933 gesloten. Ook in de Tweede Wereldoorlog heeft het geen rol gespeeld.


FORT BIJ SPIJKERBOOR.


 Het fort is gelegen aan de Westdijk van de Beemster bij Spijkerboor in Noord-Holland tussen de plaatsen Krommenie, Alkmaar en Purmerend.
Het werd gebouwd voor de Stelling van Amsterdam tussen 1889 en 1911. Het was voor die tijd een van de modernste en zwaar bewapende forten van de Stelling van Amsterdam.
Het fort was voorzien van een pantserkoepel welke was uitgerust met een dubbelloops 10,5 cm. kanon. Het fort is omringt door een brede verdedigingsgracht.
Ook dit fort werd uiteindelijk nooit voor een oorlogshandeling gebruikt.



In de Eerste Wereldoorlog werd het gemobiliseerd en waren er 300 militairen gelegerd. In het begin van de Tweede Wereldoorlog diende het in 1940 als gevangenis voor prominente NSBérs en van 1946 tot 1947 was het een kamp voor politieke delinquenten. In 1975 werd het door defensie verkocht.

Beide forten behoren sinds 1996 tot Werelderfgoed van UNESCO. De forten zijn op afspraak te bezichtigen. Zie hiervoor hun website wat betreft hoe te bereiken en de openingstijden. 

dinsdag 19 augustus 2014

WERELDERFGOED NEDERLAND; SCHOKLAND (DEEL 2)

SCHOKLAND EEN EILAND OP HET DROGE. (2)


Schokland, het voormalige eiland in de toenmalige Zuiderzee was het eerste Nederlandse monument op de Unesco-Werelderfgoedlijst. Het werd in 1995 op deze lijst geplaatst.


Schokland was eens een eiland gelegen in de toenmalige Zuiderzee. Het eiland lag vroeger in de monding van de rivier de IJssel en was een belangrijk oriëntatiepunt voor de scheepvaart welke gebruik maakte van deze drukke vaarroute.
Schokland is nu al 70 jaar volledig omgeven door de landbouwgebieden van de Noordoostpolder en kwam in 1995 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO te staan. 
Tot 1932 lag het als een eiland in de Zuiderzee die na het voltooien van de Afsluitdijk in 1932 het IJsselmeer werd. Sinds de drooglegging van de Noordoostpolder in 1942 behoort Schokland tot het vaste land.
Schokland is in de jongste tijden van de landvorming ontstaan onder invloed ban het stijgen van de zeespiegel die leidde tot een veenvorming in een groot gebied in en om het huidige IJsselmeer. De oudste vermelding over het bestaan van de eilanden Schokland en Urk dateren uit de tijd van de Romeinen.


Ondanks dat Schokland één eiland was leefden er twee volledig van elkaar gescheiden woongemeenschappen.
Op het noordelijke hoger gelegen deel van het eiland wat vroeger Emmeloord werd genoemd heerste tot in de middeleeuwen de heren van Kuinre welke het eiland als uitvalsbasis gebruikten voor hun stroop- en rooftochten. Pas in 1660 werd Emmeloord opgekocht door de gemeente Amsterdam. Het noordelijke deel was ook overwegend rooms-katholiek van geloof.

Op de lagere en zuidelijke deel van het eiland lagen twee woonterpen: Middelbuurt of ook wel Molenbuurt genaamd en het kleinere Zuidert of Zuiderbuurt. Hier was ook een kerkhof en een lichtbaken voor de scheepvaart. Beide terpen vormden het dorp Ens dat tot de provincie Overijssel behoorde. Dit deel was overwegend protestant van geloof.

Het was pas in de tijd van de Franse overheersing, in 1806, dat de twee delen bestuurlijk geheel onder de naam Schokland kwamen. De naam Schokland is afgeleid van het 'schokke', een rietplag of gedroogd stuk koemest dat als brandstof werd gebruikt.

De protestanten bezochten de middeleeuwse kerk op het zuidpunt, totdat er in 1717 in Middelbuurt een nieuwe werd gebouwd. De middeleeuwse kerk op het zuidpunt diende aanvankelijk als baken voor de vissers en schippers. De ruïne hiervan is nog zichtbaar in Ens. Na het invallen van de duisternis werd op de zuidpunt 'vissersvuren'aangestoken om de schepen de veilige haven binnen te loodsen. In de 17e eeuw werd dit gebruik vervangen door de bouw van een vuurbaak, een gebouwtje waarin een korf met brandende turf werd omhoog gehesen. Deze vuurbaak werd in 1635 vervangen door een stenen 'vuurboete'met op het platdak een rooster waar een open vuur op werd gestoookt. Om het gebruik van de vuurboete te bekostigen werd er tol geheven aan de schippers, het zogenaamde Énsergeld'.
In 1825 werd de vuurboete door een storm verwoest en de ruïne fundatie is nog steeds zichtbaar op het zuidpunt. De latere vuurtorens van Schokland waren open ijzeren constructies welke stonden op de zuidpunt als op de terp Emmeloord. Na de drooglegging werden deze afgebroken. 
In de 17e eeuw was er er een katholieke kerk in Emmeloord.
Door hun isolement waarin de bevolking van Schokland leefde, iets wat ze zich zelf oplegde, ontstond er een geheel eigen cultuur en twee dialecten. De noordelijken hadden een dialect dat sterk leek op dat van de Urkers en van zuidelijken dat sterk leek op dat van de Huizers. Ook had ieder deel zijn eigen, nu beroemde klederdracht.

Tijdens de stormvloed van 1825 werd het eiland zwaar getroffen en kwam bijna geheel onder water te staan.
Er werd meer dan 2 kilometer aan zeedijk weggespoeld, de paalwering rond de terpen werd zwaar beschadigd evenals beide kerken. Ook de vuurtoren op het zuidpunt werd verwoest. In totaal vielen er 13 doden, 20 huizen spoelden weg en tientallen woningen werden onbewoonbaar. Zware stormen zorgden voor landafslag en zo werd in 1855 de Zuiderbuurt ontruimd. In 1859 werden de overgebleven 650 bewoners gedwongen het eiland voor eigen veiligheid te verlaten, op bevel van koning Willem III.
Als enigste bewoners bleven achter: een lichtwachter op de zuidpunt, een arbeider om de kustverdediging te onderhouden in de Middelbuurt en enkele havenmeesters bij Emmeloord.



Na het sluiten van de dijk om de Noordoostpolder in 1941 werd begonnen met het wegpompen van het water en kwam het eiland droog te liggen, waarna de laatste bewoners vertrokken.
Van de drie dorpen is alleen de bebouwing van Middelbuurt deels bewaard gebleven, waaronder de kerk uit 1834. De meeste woningen die er nog stonden waren aan volledig verval onderhevig geraakt en pas in de jaren '80 van de 20e eeuw zijn er weer huizen opgetrokken in de "Zuiderzeestijl". In 2003 werd de oude waterput weer in ere hersteld. Schokland is nu meer een openluchtmuseum. In het museum wat er is zijn resten uit de prehistorie te zien zoals botten van mammoeten en er liggen enorme zwerfstenen uit de ijstijd.

De namen Emmeloord en Ens zijn later weer gebruikt voor nieuwe gemeenten in de provincie Overijssel.



( zie vervolg deel 3; De Stelling van Amsterdam.)